Groene daken: de rol van de natuur in de stad
Helga Fassbinder
Lezing op het Mini-Symposium "Een groen dak boven je hoofd?"
Amsterdam 12-6-2009
In het voorjaar 2009 heeft James Lovelock een nieuw boek gepubliceerd – een boek met een dramatische inhoud. ‘The vanishing face of GAIA - The Final Warning’ is de titel (Uitgever: Perseus Books Group).
U weet het misschien nog: de GAIA-hypothese van James Lovelock.
Lovelock is een engelse chemicus en bioloog met een grote reputatie. Hij heeft een aantal belangrijke uitvindingen op zijn naam staan, die hij vooral in kader van zijn werk voor de NASA heeft gedaan. Hij is lid van de British Royal Society, maar ook in Nederland heeft hem de Koninklijke Nederlandse Academie der Wetenschappen onderscheiden met de Heinekenprijs.

30 jaar geleden maakte hij ophef met zijn GAIA-hypothese. GAIA is de naam van moeder aarde in de Griekse mythologie. Lovelock gebruikt de term Gaïa als metafoor voor het hele zon-aarde-stelsel. Hij beschrijft Gaia als zelfregulerend systeem, dat in zijn geheel als een soort organisme kan worden beschouwd. Het aardoppervlak is volgens zijn hypothese een dynamische toestand, waarin de hele biosfeer – dwz het geheel van alle organismen - door terugkeereffecten onderhouden en gestabiliseerd wordt en zodoende de evolutie van leven überhaupt mogelijk wordt gemaakt. Deze stelling heeft inmiddels ook in wetenschappelijke kringen veel aanhang gekregen. Astronomen, Biologen en milieuwetenschappers gebruiken dit beeld tegenwoordig als vanzelfsprekend.
In 2006 heeft Lovelock met ‘The revenge of GAIA, (Uitgever: Allan Lane. Ned. Vert. De wraak van Gaia Uitg. Bert Bakker (2007) ISBN 9789035130852) al een dramatische waarschuwing afgegeven: De opwarming van de aarde brengt het hele systeem in zijn huidige vorm en structuur in gevaar, met desastreuze gevolgen voor leven op aarde, vooraan voor menselijk leven. Het intensief gebruik van fossiele brandstoffen heeft reeds een zodanige opwarming teweeg gebracht, dat terugkeereffecten binnen korte tijd, d.w.z. in de komende decennia van deze eeuw al, tot escalatie van het klimaat kunnen leiden. Dit vooral als eens de remmende effecten van stof en mist weg vallen, die nu nog door fossiele verbranding ontstaan en waardoor de zonne-instraling wordt vermindert.
Nu 4 jaar later, heeft Lovelock zijn laatste inschatting gepubliceerd. In dit boek verdisconteerd hij naast de te verwachten globale bevolkingsaanwas ook de toename in levensstandard in landen als China en India en recente onderzoeksresultaten m.b.t. klimaatontwikkeling. De titel ‘The vanishing face of GAIA’ zegd al genoeg: wij zijn ermee bezig over over een grens heen te gaan.

Ik moet bekennen dat mijn reactie in eerste instantie was: nou is dit niet wat opgeklopt? Maar mijn speurtocht n.a.v. deze verontrustende laatste waarschuwing heeft me duidelijk gemaakt dat vrijwel alle vooraanstaande klimatologen intussen eveneens van prognoses als deze uitgaan. Dit op basis van metingen en ontdekkingen in de laatste jaren rond een tot nog toe onbekend fenomeen, global dimming. In een spraakmakende radio uitzending van de BBC werden de bevindingen van de laatste jaren op een rijtje gezet. Ik beveel de lectuur van het transcript aan iedereen aan, het is op internet te vinden: http://www.bbc.co.uk/sn/tvradio/programmes/horizon/dimming_trans.shtml
Hoe serieus zo iets is in de praktijk, kan je zien aan het feit dat vorige week een internationale conferentie van klimatologen plaats heeft gevonden, met wetenschappers uit de hele wereld, die discussieerden over een waanzinnig lijkende vraag, namelijk: Zou door het kunstmatig verspreiden van stofdeeltjes in de atmosfeer de hemel zover kunnen worden verduisterd dat de zonne-instraling alleen maar nog gedeeltelijk door dringt en daardoor de opwarming van de aarde geremd wordt.
In 2007 zei Lovelock in een interview: “Ik denk niet dat de mensen snel genoeg reageren of clever genoeg zijn om om te gaan met dat wat op ze af komt. Kyoto was 11 jaar geleden en vrijwel niets is gedaan behalve eindeloos gepraat en meetings.” Desondanks ziet Lovelock zijn boek niet als verkondiging van de wereldondergang maar als een grote laatste waarschuwing. Nog kunnen wij het tij keren.
Tenslotte zijn inmiddels de gevaren waarin wij globaal verkeren in de media en ook in het bewustzijn van burgers breed is doorgedrongen.

CO2 uitstoot, klimaatverandering, het op raken van fossiele brandstoffen – het zijn onderwerpen die door onze hersenen gaan. Meer nog: het is een weten dat een ongecontrolleerd leven in ons onderbewustzijn is gaan leiden. De populariteit van rampenfilms getuigd ervan. Onderbewust beseft men het gevaar, men is bang.
De politiek van het allerhoogste tot het locale niveau doet pogingen om het tij te keren. Niet alleen in conferenties maar ook in beleid. Waar het nu om gaat is: alle zeilen bij zetten, op elk niveau, op elk terrein, alle beschikbare strategiën inzetten, die een steentje ertoe kunnen bijdragen, deze waanzinnige ontwikkeling te stoppen. Het gaat niet meer om een “óf dit óf dat” maar om ‘en – en’.
Waarmee wij bij het onderwerp van deze bijeenkomst zijn: het eerste gesubsidieerde groen dak in Amsterdam.
Groen, vegetatiegroen in steden kan een belangrijke rol spelen, nee: beter het zal een belangrijke rol moeten gaan spelen in ons gevecht tegen de opwarming van de aarde en alle gevolgen van dien.
Waarom en hoe?
Onze steden zijn steen woestijnen. Het zijn voorname bronnen van warmte.

Dit luchtfoto aan de rechter kant is een infrarood opname van een wilkeurig gekozen agglomeratie, de Bay van San Francisco. De kleur rood betekent opgevangen warmte-emissie.
De lucht boven steden is ca. 3 graad warmer dan daarbuiten. Men spreekt over de ‘urban heat islands’.

Komt bij: Ons staat in de komende 100 jaar een verdubbeling van de wereldbevolking te wachten.
Deze bevolkingsaanwas zal met meer dan 95% in de steden en agglomeraties plaats vinden. Die zullen dus nog enorm gaan groeien.
Bovendien gaan in rap tempo globaal steeds meer mensen participeren in een relatief hoog welvaartsniveau. Zie China, zie India e.a.
Dat verergert de door mensen veroorzaakte opwarming nog eens extra.

Groene daken en andersoortig groen in de steden, m.n. in de dicht bebouwde kom, hebben een aantal effecten die zeer efficiënt bijdragen aan het verzachten van de problemen die de steden veroorzaken voor het globale systeem, voor Gaia dus.

Groene daken dragen bij tot isolatie en zodoende tot energiebesparing. Ze kunnen bijdragen aan een grotere efficiency van zonnepanelen.
Ze beschermen de dakhuid. Ze houden hemelwater terug. Ze dragen bij tot omzetting van CO2 in biomassa. Ze minderen de windoverlast en het daarmee gepaard gaande energie-verlies. Ze verbeteren het stedelijk microklimaat. Ze bieden groene recreatie dicht bij huis aan bewoners en werkenden. En ze bieden levensruimte voor planten en dieren.
Groen is een belangrijke troef in onze handen in het gevecht tegen de opwarming.
Een aanzienlijke reeks van steden in het buitenland, maar ook in NL – vooraan in Brabant – hebben inmiddels op uiteenlopende manieren beleid ontwikkeld om groene daken te stimuleren.
- Door directe subsidie per m2, zoals Amsterdam het nu doet.
- Door indirecte subsidiering, b.v. via een belastingvoordeel in de vorm van mindering van riool-belasting.
- Door verplichting: er zijn inmiddels ook heel wat gemeenten die groendaken bij nieuwbouw verplicht stellen; dan wordt er vaak geen subsidie verstrekt.

Linz in Oostenrijk is een bekend voorbeeld ervoor, men is in Linz al 1989 begonnen met het stimuleren door verplicht stellen en tegelijker tijd subsidieren van groene daken.
Maar ook tal van andere steden in Oostenrijk, Zwitserland en Duitsland, vooral in Zuidduitsland, hebben inmiddels de een of ander vorm van subsidie of van verplichting ingevoerd. Ook in Canada is men ermee bezig. Vancouver en Toronto profileren zich ermee.
In New York heeft de burgemeester tot een ‘greening the city’ opgeroepen en een vurige speech gehouden voor een grote luchtfoto met alle wolkenkrabbers ingekleurd met een groen dak. Zelf de Bronx heeft een programma om daken von sociale woningbouw groen te maken. ‘Green the Ghetto’ is hun slogan. Je kunt een bus tour boeken langs de groene daken. Chicago is internationaal bekend geworden met zijn groendak beleid: Elk overheidsgebouw moet verplicht een groendak hebben.
Het breed enthousiasme is niet toevallig. Ik zal even de voordelen wat nader belichten:
Koeling en warmte-isolatie en de besparing van energiekosten:
Een groen dak – en een groene huid op een muur eveneens – heeft een isolerende werking: in de winter een warmte-isolatie, in de zomer een koeleffect.
Zodoende levert het een besparing van energiekosten op.
Het koel-effect komt door de verdamping van een groen dak waardoor de stralingswarmte vermindert wordt.
Even een beetje technische uitleg in getallen:
Dat heeft nog voordelen richting zonnepanelen. De Fotovoltaic elementen van de zonnepanelen werken het best bij lage termperaturen, bij zo’n 25 graad Celsius. In de zomermaanden liggen de daktemperaturen maar meestal ver boven. Tussen een ‚onbedekt’ dak en een groendak ontstaan dus in de zomer makkelijk temperatuurverschillen van rond de 40 graden. Een grove vuistregel zegt dat elk graad Celsius boven de 25 graden de prestatie van de zonnepanelen om 0,5 % laat zakken. Door het groen werken de zonnepanelen dus veel efficienter!

Bescherming van de dakhuid is een ander positief effect: Grind is in feite maar even beter dan helemaal niets - het gaat nauwelijks langer mee dan onbedekte daken. Platte daken zijn bloot gesteld aan het weer, aan UV stralen zonder enkele bescherming. In de loop der jaren veroorzaakt dit materiaalvermoeidheid: een afbraak van de kwaliteit van het materiaal. Dit brengt scheurvorming en ondichtheid van de daklaag met zich mee.
Door groene daken worden de klimaat- en milieu-invloeden op een natuurlijke manier afgezwakt. De daklaag is altijd een beetje vochtig en ligt compleet in het donker en blijft koeler. De levensduur kan daardoor zonder meer verdubbeltd worden. Het is duurder in constructie maar in het einde is het goedkoper.
Het volgende voordeel: Groene daken bieden een belangrijke buffer tegen wateroverlast. Leuk is dit krantenbericht: „London’s mayor annonces plan to soak up rainwater. Strategy outlined to deal with heatweaves and floods.“

Het groene dak werkt als een spons. Afhankelijk van de constructie en de weersomstandigheden worden 50-90% van het hemelwater op het dak terug gehouden en door verdamping direct weer in de natuurlijke waterkringloop terug gevoerd. Daardoor wordt het rioolsysteem voelbaar ontlast.
Dit kan voor de eigenaar een flinke besparing opleveren: In Duitsland b.v. is bij groendaken de riool-heffing 30-50% lager, afhankelijk van de gemeentelijke heffingsverordening.
Bijkomend wordt ook hoogfrequente elektromagnetische straling (van b.v. mobiele zenders) efficiënt geminderd. Ook dit is door onderzoek aangetoond.
Tenslotte wil ik nog op een bijzonder cadeau wijzen, dat een groen dak kan betekenen: het is bij wijze van spreken een gratis extra kavel midden in de bebouwde kom – een tuin boven ons hoofd – voor de vogels en voor ons zelf, ... met panorama uitzicht.
En tenslotte maakt het groen de stad mooier....
Het zicht op begroende daken en ondergrondse garages en ook groene brandmuren verbeteren de leefbaarheid in steden. Reeds een paar groene, bloeiende eilandjes zijn instaat de monotonie van beton en asfalt in de dichte stad te doorbreken en zodoende het woongenot te verbeteren.
Dit plaatje is van een binnenterrein aan de Kennedylaan in Amsterdam. Er moest een parkeergarage komen – de bewoners hebben zich met met hand en tand verzet. Het compromis was een groen en weelderig begroeit dak...
Ook industrieterreinen laten zich door begroening beter integreren in het landschap omheen. Daarbij gaat het om zeer grote arealen in de nabijheid van de bewoonde stad en,en zo gezien het voor het merendeel om gebouwen met nauwelijks ramen gaat, bieden ze zich aan, ze ruim te begroenen, op het dak maar ook op de verticale zijkanten.
Nu heb ik het uitvoerig vooral over de groene daken gehad maar in feite beperken zich al die positieve effecten niet op groene daken – ook verticaal groen heeft soortgelijke effecten. En je kunt brandmuren omtoveren tot een lust voor het oog.

De stad Parijs heeft van het begroenen van de stad, in elke vorm dan ook, beleid gemaakt. ‘Végétalisation de la ville’ is de programmatische doelstelling.Parijs is de meest dichtbebouwde stad op het europese continent, Parijs leid dan ook ontzettend onder de zomerse hitte – een aantal jaren geleden in 2003 zijn bij de hittegolf meerdere duizend oudere mensen overleden. Men heeft het over aantallen tussen 4000 en 14 000. Dit heeft een schok teweeg gebracht en heeft het stadsbestuur ertoe aangezet alles te doen om het stedelijk klimaat te verbeteren.
Maatregelen voor het terugdringen van partikulier autoverkeer en uitbouwen van openbaar vervoer en een fietsennetwerk is de ene poot van die strategie. Vegetalisation de la ville, begroenen van de stad is de andere poot van de strategie. Hiervor heeft het gemeentebestuur – een coalitie van socialisten en groenen – voorvarend beleid in een heel breed spectrum ontwikkeld.

In het Masterplan van de stad, de PLU, is de hele stad binnen de peripherique interieur aangewezen als zone voor intensivering van groen.
Om de Parijzenaren voor het idee van het begroenen van de stad warm te maken heeft de gemeent in 2007 en 2008 in de zomermaanden een tijdelijke tuin voor het stadhuis tussen Rue Rivoli en Seine een indrukwekkende tijdelijke tentoonstellingen met planten, tuintjes en voorbeeld-arrangementen aangelegd. In informatiestands werd inlichting gegeven hoe men als burger ertoe kan bijdragen om de stad groener te maken en hoe men kan inspelen op gemeentelijke programma’s. Tevens liet de gemeente binnen het stadhuis haar plannen en reeds gerealiseerde projecten zien.
Het aanleggen van nieuwe parken en stadstuinen hoort bij dit beleid. Er zijn in de afgelopen jaren meer dan 40 nieuwe parken, tuinen en tuintjes aangelegd. Maar de grond in de binnenstad is uiteraard schaars. Reeds in de jaren 90 is men op het idee gekomen, een soort openbare daktuin aan te leggen op verkeersinfrastructuur. Dit heeft men gerealiseerd boven het Station Montparnasse: men heeft het station overdekt en op het dak een schitterende tuin aangelegd, de Jardin Atlantique. Er omheen staan hoge gebouwen met woningen en kantoren. De tuin is dan ook druk bezocht, vooral ook in de lunchpuze door mensen die in de omliggende kantoren werken.
Een ander oplossing vond men in het idee, ook verticale tuinen te creëren in plaats van horizontale. Op de tentoonstelling voor het stadhuis heeft men dan laten zien hoe zo iets zou kunnen uitzien.
Men heeft zelfs in de gemeentelijke dienst een kleine afdeling voor verticaal groen ingericht. Huiseigenaren maar ook huurders kunnen een verzoek indienen voor begroenen van de voorgevel.
De gevel wordt dan door de gemeente onderzocht of hij bouwtechnisch in orde is; vervolgens wordt advies gegeven mbt de te kiezen beplanting en de planten worden geleverd - nou ja, dat is niet zo duur, over het algemeen gaat het om zelfhechtende planten en voor een hele gevel heb je meestal maar hooguit twee plantjes nodig, wilde wijn of klimop b.v.. Naast dit - en dit is het meest belangrijke verplicht zich de gemeente verplicht het onderhoud, dwz het terug snoeien op zich te nemen. Ook dat is als taak voor de gemeente
minder dramatisch als het lijkt: er rijden toch vrijwel constant gemeentelijke auto’s met uitschuifbare ladders door de straten die de vele platanen snoeien. Daar kan dit makkelijk nog bij...


Inmiddels zijn in kader van dit programma zo’n 100 gevels beplant – uiteraard niet zo veel in verhouding tot het aantal gevels die de stad rijk is.
Toch het heeft een stimulerende uitwerking, overal zijn er gevels begroeid met klimop, wijn en wilde wijn te vinden, op historische gebouwen – het is overigens van ouds een traditie in Frankrijk en ook in Paris, gebouwen verticaal te laten begroeien – en inmiddels zijn deze verticale tuinen zelfs tot tuinkunst uitgegroeid.

Een vooraanstaand architect als Jean Nouvel heeft van deze nieuwe verticale tuinkunst gebruik van gemaakt bij zijn ontwerp voor het Musée du Quai Branly aan de oever van de Seine. Dit Museum is niet op de laatste plaats om die reden nu tot een vooraanstande touristenattractie uitgegroeid.
Ook bij een ander bouwwerk heeft Jean Nouvel deze groene kunst toegepasst: bij het door hem ontworpen Museum van de Fondation Cartier, een centrum voor moderne kunst. De ingang van dit museum wordt door een groen gevelbeeld boven de glazen deuren gesierd.
En ook het bedrijfsleven heeft de attractiviteit van zulke groene highlights begrepen: Het warenhuis BHV heeft de hele gevel van zijn dependance voor mannenmode – aan de overkant van het warenhuis in een nauwe straat gelgen – laten begroenen.


De ‘kunstenaar’ van deze verticale tuinen is Patrick Blanc, die inmiddels over de hele wereld groene gevels ontwerpt en beplant. In Frankrijk is hij zo bekend en vereerd, dat een tentoonstelling van zijn werk – nota bene bij het energiebedrijf van Parijs – tot lange rijen voor de ingang leidde. Jong en oud, alle leeftijden en sociale klassen stroomden er naar toe...
Amsterdam kan overigens zonder meer mee dingen naar het mooiste begroende gebouw: Het zwembad Mercator, van architect Ton Verhoeven, heeft een schitterend groen jasje - dit maakt het zwembad in zijn geheel tot een groen eiland midden in de stad... Weliswaar duurde het even totdat het echt uit de verf was gekomen, totdat de plantjes waren uitgegroeid, maar nu is het gewoon schitterend.



Het zwembad toont ook nog een ander leuk voorbeeld voor verticaal groen:
een doodgewon afscheidingshekwerk begroeid met klimop: een mooie levende groene muur, die niet minder efficiënt is dan ‘zonder’, toch niet zo grof overkomt als een gewoon hek...



Mooie gewone begroende gevels heeft Amsterdam overigens ook, en wel zonder beleid. Maar het heeft nog andere leuke ideen te bieden: b.v. een afscheiding van het fietspad van de drukke autoweg – klimop, eens geplant vrijwel zonder behoefte aan onderhoud...


En er is nog iets anders leuks: de beplante boomschijven. In Parijs hebben ze beleid ervoor gemaakt. Een straat die haar boomschijven wil beplanten, kan een vereniging vormen en krijgt de boomschijven dan over gedragen, incluis advies hoe je het moet doen. Het zijn leuke tuintjes voor stadskinderen direct voor de deur.

In Amsterdam gaat dit zo maar....
En er zijn schitterende geveltuintjes in alle mogelijke variaties...

Ook hebben we tussen de tegels en klinkers zeldzame wilde planten, en mensen die dit met enthousiasme in de gaten houden en beschermen tegen de reinigingsdiensten...

Al dat groen is echter niet alleen voor ons zo leuk. Ons, ik bedoel ons menselijke soort. Biologen hebben ontdekt dat de biodiversiteit in steden groter is dan op het platte land.
Het stedelijk groen, de zo nuttige biomassa, onze CO2 opslag dicht bij huis, dient tevens als voedingsboden voor alle mogelijke soorten van leven!
Wij als menselijke stedelingen nemen dit waar in de veelheid van vogels en andere dieren die in steden kunnen overleven.

Padden, kikkers, waterhoentjes, futen, einden in de gracht. Konijnen, vossen, marders... in Berlijn zijn er zelfs wilde zwijnen te zien, men schat ze op inmiddel 300 in aantal - slimme beesten, die zich tussen de autos verstoppen voor de jagers, die aangesteld zijn door de gemeente om ze in toom te houden....
De gemeente van Parijs heeft begin 2008 in de parken binnen de Peripherique interieur bijenkorfen opgesteld. Ook b.v. in de representatieve Jardin de Luxembourg. Met verrassend succes: de imkervereniging van de Ile de France heeft recent geleden op een persconferentie mede gedeeld, dat de parijse bijen 10 keer zo veel honing brengen dan die op het platte land. En dat er geen bijensterfte is, zoals elders in de zog. Natuur.
Het wordt dus tijd dat wij anders tegen steden aankijken. De oude scheiding tussen stad en natuur is achterhaald.
Wij moeten ons denken herordenen... dat is niet makkelijk, zeker niet. Maar het kan op alle fronten winst bieden:
Wij vergroten de biomassa in de stad door begroenen,
wij winnen een gratis warmteisolatie en gratis waterberging en luchtzuivering ermee - en wij krijgen de natuur dicht bij. De natuur waarna zo veel mensen hunkeren. Die ze zo graag bij hun achterdeur willen hebben, terwijl de voordeur aan de Dam grenst...
Daarmee zijn we bij het mooiste pluspunt van een begroeningsbeleid voor de stad: het genot dat wij mensen eraan hebben. De vreugde die het voor ons oplevert.
Laat ons dan ook snel definitief afstand nemen van de koele esthetiek van glas en staal en onbedekte daken, een architectuur die leven buiten sluit en die zo funest is voor Gaia, onze moeder aarde.

In feite zijn dit soort gebouwen reuzeachtige opslaginstallaties voor warmte door zonne-instraling die dan als kachels voor de opwarming van ons klimaat werken. Moeilijk te begrijpen dat zo lang dit het zo goed deed bij juries van prijsvragen en in architectuurbladen...
Laat ons beter aansluiten bij de herwaardering van een ander soort gebouwen... Gebouwen, die de integratie van de natuur in hun vandel hebben.
Het Hundertwasserhaus in Wenen b.v. - sinds decennia geliefd bij burgers maar uit den boze in de wereld van architecten...
Nu wordt hij met zijn visie herontdekt en zijn programmatisch huis in Wenen wordt ook door menigeen in de vakwereld met andere ogen bekeken. Of het Baumhaus in Darmstadt van Ot Hoffman, een doorgewone betonskeletbouw, maar wat heeft hij feest van gemaakt!


Steeds meer jonge architecten sluiten hierop aan. Om er nog maar eentje te noemen: Eduard François met zijn Flower Tower, sociale woningbouw in Parijs, in een dichte nieuwbouwwijk...
Voilà, Ik heb u in het afgelopen half uurtje mee genomen in een korte tour d’horizon hoe het anders kan - elders in de wereld en in ons eigen Amsterdam en ik wil u uitnodigen met open ogen rond te kijken en de natuur in de stad te ontdekken en verder te versterken.
Ik heb u in het begin deelgenoot gemaakt van de vrees van klimatologen over de toekomst van onze aarde.
Niet om u de schrik op het lijf te jagen. Of tot verdringing aanleiding te geven omdat het probleem dat wij onder ogen moeten zien zo groot is.
Waar het om gaat is het roer snel en nadrukkelijk om te gooien. Ik heb u willen laten zien dat gelukkig een strategie m.b.t. plannen, bouwen en beheren van de stad, die een efficiënte bijdrage levert in het gevecht tegen klimaatopwarming tegelijkertijd voor ons bewoners en gebruikers immens verheugend is:
Groene daken, groene gevels, bomen, het kleine groen aan de ramen, op de balkons, tussen de tegels - het zijn in een dichte en als maar dichter wordende stad rustpunten voor de ziel, een remedie voor het oog en goed voor het lichaam in zijn geheel... Laat ons dan snel en voortvarend beginnen met het begroenen van de stad waar ook het maar überhaupt mogelijk is - om zodoende ons steentje eraan bij te dragen op de valreep nog het gevaar af te wenden dat voor GAIA en met haar voor ons mensen dreigt!